Hoe je Vrije Software verkeerd kunt begrijpen

Vijf misvattingen over vrije software gecorrigeerd.

1. De software-industrie kan niet blijven bestaan als programmeurs niet betaald worden.

Laat ons beginnen met dit feit: Vrije-softwareprogrammeurs worden wel degelijk graag betaald, en ze moeten allemaal geregeld eten kopen.

Wanneer we het over vrije software hebben, verwijzen we naar de vrijheid, niet prijs. U kunt daadwerkelijk betalen voor vrije software (of "open source" software 1) die u vervolgens kunt bestuderen, veranderen en naar believen kopiëren.

Hoe werkt het? U kunt het als volgt zien: software is gewoon code, code is in feite wiskunde. Zodra u software als nuttige wiskunde ziet, in een gedetailleerde taal, in plaats van als gewoon bezit, is er geen reden om anderen in hun gebruik ervan te beperken.

Net als wiskunde (waar niemand eigendom zou claimen voor een formule) vereist software geavanceerde kennis om te worden aangepast, verbeterd en correct te worden toegepast. Dit is waar programmeurs over het algemeen een inkomen genereren: veel klanten, en vooral bedrijven, zijn bereid te betalen voor regelmatige beveiligingsupdates en verbeteringen aan de software.

Bedrijven in vrije software profiteren van een gedecentraliseerd softwareontwikkelingssysteem met een groot aantal vrijwilligers. De opbrengsten in de vrije-software-industrie kunnen weliswaar kleiner zijn dan bij hun niet-vrije tegenhanger, maar ze bestaan wel degelijk. Het uiteindelijke resultaat is dat de gebruikers vrije en gratis software kunnen gebruiken.

Vrije software draait niet om het ontmoedigen van programmeurs. Het beschouwt code als kennis die niet verborgen mag blijven voor de gebruiker. Het gebruikt een ander winstmodel, en veel bedrijven zijn hiermee al succesvol.

2. Innovatie wordt gesmoord in vrije software.

Een veelgehoord idee is dat innovatie wordt tegengehouden als iedereen ideëen kan kopiëren.

In werkelijkheid is vrijheid vaak juist de sleutel tot innovatieve en succesvolle software.

  • Iedereen wordt toegestaan en toegejuicht eraan te werken;
  • Vele mensen willen eraan meewerken;
  • Er is geen reden alles opnieuw uit te vinden; ideëen kunnen direct worden verbeterd.

Niet-propriëtaire software stijgt in veel gevallen boven de massa uit. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Toepassingen: Firefox (web browser), Inkscape (vectortekeningen).
  • Complete systemen: Apache (webserver), OpenBSD (besturingssysteem), en natuurlijk GNU/Linux.
  • Formaten en protocollen: HTML (internetpagina's), BitTorrent (bestandsuitwisseling), ODF (Office documenten).
  • Serverapplicaties: Drupal (content-managementsysteem), Wordpress (blog).

3. Software moet gewoon werken (wat maakt de broncode uit?)

Iedereen zou zich moeten afvragen of hun software wel vrij is.

Stel je voor dat je een auto koopt waarvan je de motorkap niet mag openmaken. Het doet er niet toe of je weet hoe een auto werkt – het punt is dat niemand de motor kan controleren. Hoe kun je van je auto op aan wanneer niemand kan nagaan of deze betrouwbaar is, dat hij niet lekt en geen gevaar voor samenleving en millieu vormt?

Dit is hetzelfde met software – behalve dat software veel meer doet dan auto's aandrijven. Software bestuurt onze computers, telefoons, TVs, mediaspelers en meer. Het draagt onze informatie en cultuur.

Vrije software is net zo belangrijk als vrije meningsuiting en vrije marktwerking. Als software vrij is hebben de gebruikers vrijheid en controle.

Het goede nieuws: vrije software “werkt ook gewoon”. Vaak “werkt het zelfs gewoon beter”. Leg een GNU/Linux live-cd in je computer bij opstarten om zonder installatie een volledig werkend, goed georganiseerd systeem uit te proberen, zodat je zelf kunt oordelen.

4. Vrije software negeert de copyrights en patenten van software.

Om dit goed te kunnen beantwoorden maken we eerst het verschil tussen copyright en een patent duidelijk. Copyright is een recht dat een auteur heeft over zijn of haar werk (bijvoorbeeld de tekst in een boek of de broncode van een programma). Een patent daarentegen is het betaalde, geregistreerde en exclusieve recht over de toepassing van een idee.

Copyright is zeer belangrijk in vrije software. Het is het mechanisme, dat ook centraal staat bij de GNU General Public License, dat ervoor zorgt dat vrije software ook vrij blijft, en dat auteurs credit krijgen voor hun werk. Programma's hebben copyright, of ze nu vrij zijn of niet.

Iedere ontwikkelaar van propriëtaire software kan eenvoudig zien of zijn copyright wordt geschonden in vrije software, aangezien de broncode publiek is.

Softwarepatenten zijn daarentegen zeer controversieel. In het kort "gepatenteerde software" bestaat niet. Door een patent te registreren kan iemand echter wel eigendom claimen over de toepassing van een idee. Het patent geldt dan voor alle software, vrij of niet, die deze toepassing gebruikt.

Softwarepatenten:

  • Zijn duur en worden pas enkele jaren na aanvraag toegekend;
  • Zijn geografisch beperkt (een patent toegekend in de V.S. heeft in Europa geen waarde);
  • Zijn lang geldig (vaak 20 jaar) in een snelbewegende industrie;
  • Omvatten vaak triviale toepassingen.

Om deze redenen werken ze zelden in het voordeel van vernieuwers (en worden ze ook zelden door vernieuwers zelf gebruikt).

Het is in het algemeen waar dat ieder middelgroot stukje software patenten schendt, in meerdere landen, of het nu vrij is of niet.

Afhankelijk van de mogelijkheid van de patenthouder om de hoge juridische kosten te dekken, of om terug te slaan met andere patentschendingen, kunnen over deze patenten royalties worden berekend en beperkingen worden toegepast.

5. Vrije software is als communisme.

Voorstanders van dit idee beweren dat er geen privëbezit kan bestaan met vrije (of "open source" 1) software. Laten we dit met een voorbeeld beantwoorden.

Stel je voor dat je één toepassing gebruikt die vrije software is, thuis en op het werk. Je vindt een manier om de software enorm te verbeteren en met de nieuwe versie werkt je computer beter en produceren je fabrieken tweemaal zo snel!

Deze aangepaste versie is jouw eigen versie. Je hoeft hierover niemand te vertellen en je hoeft geen winst af te staan die je ermee hebt gemaakt. Je gebruikt gewoon je vrijheid om software te gebruiken en aan te passen.

Wat de vrije-softwarelicentie wel verlangt is dat als je de software verspreidt, dat deze vrij en gratis blijft. Als je cd's met jouw software verkoopt of mensen buiten je bedrijf deze laat gebruiken, dan moet je:

  • Ofwel iedereen dezelfde rechten geven die jij had toen je de oorspronkelijke software kreeg, d.w.z. de vrijheid om jouw versie te bekijken, aan te passen en te verspreiden;
  • Ofwel de oorspronkelijke software en jouw geheime toevoeging duidelijk scheiden (d.w.z., jouw toevoeging bevat niets uit het oorspronkelijke werk).

In feite heb je dus meer "bezit" over vrije software dan over propriëtaire software, waar de programmeur alles bepaalt wat je wel en niet kunt doen met de software.

Vrije software heeft niets te maken met politieke systemen. Je kunt vrije software bovenop propriëtaire software draaien en andersom. De vrije-softwarelicentie is simpelweg een juridisch en ethisch contract tussen de programmeur en de eindgebruiker.

Meer lezen:

Vrije en "open-source" software kunnen niet veilig zijn.

Het argument is vaak dat aangezien de broncode van vrije software publiek is, deze waarschijnlijk minder veilig is.

Kort antwoord: de meeste servers draaien op vrije software. Dit zijn de grote netwerkcomputers die gevoelige informatie, zoals je bankgegevens en ondernemingsgeheimen, opslaan.

Een vollediger antwoord is dat de beschikbaarheid van broncode een garantie is voor veiligheid, geen zwaktebod. Die vrijheid maakt het mogelijk dat een grote groep mensen de software kunnen inzien, testen en verbeteren. Een goed slot is veilig doordat de technologie "open" is, hoewel alleen iemand met de sleutel deze kan openmaken. Hetzelfde geldt voor software.

Voorbeeldje? Kijk eens naar de Firefox browser, de Apache HTTP Server, het OpenPGP encryptiesysteem, of het OpenBSD besturingssysteem. En er zijn geen spyware of virussen onder GNU/Linux.

Met vrije software sta ik er alleen voor.

In geen geval.

  • Als je op zoek bent naar goede documentatie en fora om je te helpen, dan zit je bij vrije ("open source") software goed.
    Iedere GNU/Linux-distributie heeft zijn eigen gebruikersgemeenschap (bijvoorbeeld Ubuntu-ondersteuning of Fedora Gemeenschap). Daarnaast zijn er algemene gemeenschappen voor hulp bij vrije software, zoals LinuxQuestions.org.
  • Als je liever iemand via de telefoon om hulp wilt vragen, dan bieden de meeste distributies commerciële ondersteuning: zie bijvoorbeeld Ubuntu management of Red Hat Enterprise Linux.

Meer lezen op het web

The GNU project

Dit is de plek waar vrije software begon. Er is een schat aan informatie over de filosofie achter vrije software, de geschiedenis van het project en de stellingen van de Free Software Foundation (de organisatie achter GNU).

The FLOSS concept booklet

Het concept van Vrije / Gratis / Open Source software, gepresenteerd op een leesbare, vriendelijke manier. Een aanrader.

The OpenDocument Fellowship

Een simpele, duidelijke website over het vrije formaat OpenDocument, dat het belang van vrijheid in formaten (en niet alleen applicaties) laat zien.

Free Software and Free Knowledge

Een betrokken artikel van medeoprichter van Wikipedia Jimmy Wales, dat de verbanden tussen vrijheid in software en vrije kennis laat zien.

  1. ^ a b Wat we hier "Vrije Software" noemen wordt vaak ook "Open Source Software" genoemd. In de praktijk zijn deze begrippen identiek, maar doordat de term "open" niet aan vrijheid doet denken, mist het de essentie. Lees onze FAQ voor: Zijn "Open Source" en "Vrije Software" hetzelfde?.